-A- -B- -C- -D- -E- -F- -G- -H- -I- -J- -K- -L- -M- -N- -O- -P- -Q- -R- -S- -T- -U- -V- -W- -X- -Y- -Z-
- A –
Abdominaal
Door de buik.
Ablatio
Syn ballonmethode
Operatie waarbij een ballon met hete vloeistof in de baarmoeder wordt gebracht die het baarmoederslijmvlies verschroeit.
Andere methoden van ablatio dan ballonablatio: Novasure ablatie waarbij het baarmoederslijmvlies met behulp van bipolaire energie wordt verschroeid.
Add-back therapie
Een therapie toegepast in combinatie met het opwekken van de kunstmatige menopauze door middel van hormonen (LHRH-agonisten). Add-back therapie bestaat uit het continu toedienen van een progestageen, al dan niet in combinatie met een oestrogeen. Het vermindert de nadelige bijwerkingen van de kunstmatige menopauze, zoals verminderde botdichtheid, en “opvliegers”, zonder het behandelende effect van de hormonen teniet te doen.
Adenomyosis uteri
Syn; endometriosis interna
Endometriose in de baarmoederspier.
Adhesies
Verklevingen.
Adnex
De organen die bij de baarmoeder horen: de eileiders, eierstokken en de ophangbanden van de baarmoeder.
Amenorroe
Uitblijven van de menstruatie. Men onderscheidt primaire amenorroe (uitblijven van de menstruatie vanaf de puberteitleeftijd), secundaire amenorroe (uitblijven van de menstruatie bij een vrouw die al ongesteld is geweest) en in de overgang (als gevolg van een hormonale behandeling bijvoorbeeld).
Anti-Hormoon
Een synthetisch hormoon dat de productie van eigen hormonen beïnvloedt.
-B-
Ballonmethode
Syn ablatio
Operatie waarbij een ballon met hete vloeistof in de baarmoeder wordt gebracht die het baarmoederslijmvlies verschroeit.
Benigne
Goedaardig.
-C-
CA-125
Een bloedmarker, niet specifiek voor endometriose maar wel vaak verhoogd bij endometriose
Coloscopie (endoscopie van de dikke darm)
Een onderzoek dat het mogelijk maakt om de dikke darmholte te onderzoeken met behulp van een fibroscoop, een soepel instrument bestaand uit optische vezels binnen geleid via de anus.
Curettage
Operatie waarbij het baarmoederslijmvlies met een dun lepeltje wordt weggeschraapt.
Cyste
Blaas/holte met vloeibare, stroperige of taaie inhoud.
-D-
Diepe Endometriose
Endometriose die aanwezig is achter de baarmoeder, diep onder in de buik, of in de ruimte tussen de vagina en de darm.
Douglasholte (Cavum Douglasi)
De ruimte tussen uterus (baarmoeder) en rectum (endeldarm) in de buikholte. Bij het rechtop staan is dit het diepste deel van de buik. In dit deel van de buik kan baarmoederslijmvlies zich ophopen dat menstruatie na menstruatie afgestoten wordt, en hier kan zogenaamde ‘diepe endometriose’ ontstaan.
Dysmenorroe
Pijnlijke menstruatie.
Dyspareunie
Pijn tijdens het geslachtsverkeer.
Dysurie
Pijnlijke urinelozing.
-E-
Echogeleide eicelpunctie
Techniek waarbij, via de vagina en onder echogeleiding, een naald wordt ingebracht om rijpe eicellen weg te halen bij een IVF-behandeling.
Echogeleide punctie: techniek waarbij onder echogeleide geprikt wordt in een orgaan
Endometrioom
met (oud) bloed gevuld holte in de eierstokken, vanwege de donkerbruine kleur ook wel chocoladecyste genoemd
Endometriose
Een ziekte die zich kenmerkt door de aanwezigheid van baarmoederslijmvlies dat voorkomt op een andere plaats dan in de baarmoeder. Het kan de oorzaak zijn van pijn en/of onvruchbaarheid
Endometriosecyste
Endometrioom
Endometriosis externa
Endometriose in of in de omgeving van andere organen dan de baarmoeder of eileider (endosalpingeose), voornamelijk in het kleine bekken
Endometriosis interna
Endometriose in de baarmoederspier
Endometritis
Ontsteking van het baarmoederslijmvlies. Goedaardig, zij moet echter snel behandeld worden om te voorkomen dat de infectie zich uitbreidt naar de eileiders. Opmerking: deze aandoening heeft niets te maken met endometriose.
Endometrium
Baarmoederslijmvlies, slijmvlies dat de binnenkant van de baarmoederholte bedekt.
Endometriumresectie
Operatie waarbij het baarmoederslijmvlies verwijderd wordt.
-F-
Fertiliteit
Vruchtbaarheid
Fibroom
Goedaardige tumor, bestaande uit bindweefsel, voornamelijk voorkomend in lichaamsholten zoals mond, neus, darm en baarmoeder, maar heeft geen verband met endometriose
Fibrose
Toename van bindweefsel in een orgaan.
Fimbria
Franjeachtige uitsteeksels van de eileiders (tuba).
FSH (follikelstimulerend hormoon)
Een natuurlijk hormoon dat de groei van de follikel stimuleert tijdens elke menstruatiecyclus.
Gonadostimulinen of Gonadotrophines
Hormonen (FSH en LH) afgescheiden door de hypofyse die de eirijping en de eisprong in beweging zetten.
-G-
GnRH
Gonadotrofine Releasing Hormoon, gonadoreline
Syn LHRH
Dit hormoon zorgt ervoor dat tijdens een vruchtbaarheidsbehandeling een voortijdige LH-piek wordt voorkómen en er dus geen voortijdige eisprong plaatsvindt. Merknamen zijn onder andere Decapeptyl®, Lucrin®, Synarel® en Suprecur®, zoladex
-H-
HST(Hormonale SubstitutieTherapie), HRT (Hormone Replacement Therapy)
Behandeling ter vervanging van essentiële hormonen die bijvoorbeeld in de menopauze niet meer (voldoende) aangemaakt worden, zoals oestrogenen en prostagenen.
Hydrosalpinx
Eileider gevuld met vocht, soms als gevolg van een eileiderontsteking.
Hypermenorroe
Een te sterke en langdurige bloeding.
Hypomenorroe
Het bloedverlies is gering en van korte duur.
Hysterectomie
Verouderd begrip voor uterusextirpatie; verwijdering van de baarmoeder.
Hysterografie, hysterosalpingografie (HSG)
Onderzoek waarbij (jodiumhoudend) contrastmiddel in de baarmoederholte wordt ingebracht om de baarmoederholte en de eileiders onder röntgendoorlichting zichtbaar te maken.
Hysteroscopie
Onderzoek waarbij naar de binnenkant van de baarmoeder wordt gekeken, met behulp van een kijkinstrument, de hysteroscoop. Deze wordt via de schede en baarmoedermond de baarmoederholte ingebracht. Hysteroscopie kan therapeutisch of diagnostisch van opzet zijn.
-I-
Immuunsysteem
Het afweersysteem van het lichaam tegen ziektekiemen en andere schadelijke stoffen, bestaande uit bepaalde cellen (onder andere de witte bloedcellen en de lymfeklieren) en de daar gemaakte stoffen (zoals antistoffen).
In vitro onderzoek
Letterlijk: onderzoek in glas. Hiermee wordt onderzoek bedoeld dat niet in een levend wezen plaatsvindt, maar bijvoorbeeld in reageerbuizen of in kweekschalen.
In vivo onderzoek
Letterlijk: onderzoek in een levende situatie. Hiermee wordt onderzoek bedoeld dat wordt uitgevoerd in een levend wezen, bijvoorbeeld in proefdieren.
Inductietheorie
Een van de theorieën over het ontstaan van endometriose.
Infertiliteit
Onvruchtbaarheid.
In-situ ontwikkelingstheorie
Een van de theorieën over het ontstaan van endometriose.
Intra-musculair
In de spier (b.v. een injectie).
Intra-veneus
In een bloedvat (b.v. een injectie).
IVP
Intraveneus pyelogram. Röntgenonderzoek waarbij de nieren en de urinewegen in beeld worden gebracht.
-J-
-K-
Kunstmatige Inseminatie (KI)
Techniek waarbij het sperma kunstmatig rechtstreeks in de schede wordt ingebracht, zonder seksuele gemeenschap. Men onderscheidt hierin de homologe KI (met sperma van de echtgenoot) en de heterologe KI (met sperma van een (on)bekende donorman.
-L-
Laparoscoop
Een lange dunne buis met aan het uiteinde een camera, waarmee in het lichaam gekeken kan worden.
Laparoscopie
Kijkoperatie van de buikholte, waarbij via een klein sneetje in de buik de buikholte wordt bekeken. Dit kan zowel diagnostisch als therapeutisch zijn.
Laparotomie
Buikoperatie.
LH
Luteïniserend hormoon; hormoon wat de eisprong op gang brengt en de ontwikkeling van het gele lichaam stimuleert.
LHRH
LH-releasing Hormoon; stimuleert de afgifte van LH en FSH en daarmee de groei rijping van eicellen.
LHRH-agonisten
Een behandeling die leidt tot een toestand van kunstmatige menopauze door de afscheiding van de gonadostimulines (LH en FSH) door de hypofyse te blokkeren. Deze behandeling heeft een blokkade van de ovariële activiteit tot gevolg. (bv Synarel, Lucrin, Zoladex).
Stimuleert aanvankelijk de aanmaak van LH (het zogenaamde "flare-up" effect). Echter, na enige tijd wordt de aanmaak van LH (en ook van FSH) stil gelegd, waardoor de regie van het lichaam wordt overgenomen (dit proces wordt ook wel "down-regulatie" genoemd). Op deze manier wordt een ongewenste, voortijdige eisprong voorkómen.
LHRH-antagonisten
Syn; GnRH (gonadotrofinen ‘releasing’ hormoon)
Dit hormoon zorgt ervoor dat tijdens een vruchtbaarheidsbehandeling een voortijdige LH-piek wordt voorkómen en er dus geen voortijdige eisprong plaatsvindt.
-M-
Maligne
Kwaadaardig.
Menorragie, menorrhagia
Hevige en langdurige menstruatie waarbij de menstruatie langer dan 7 dagen duurt en hevige vloeiing (al of niet met bloedstolsels) plaatsvindt. Syn; hypermenorroe.
Menstruatie
Maandelijkse bloeding.
Menstruatiecyclus
De tijd die verloopt tussen de eerste dag van twee menstruaties.
Metrectomie
Syn hysterectomie
Verouderd begrip voor uterusextirpatie; verwijdering van de baarmoeder.
Metrorragie
Syn; perte uterine
Bloeding uit baarmoeder die niet optreedt tijdens de menstruatieperiode maar op andere onregelmatige tijdstippen.
MRI (Magnetic Resonance Imaging)
Beeldvormende techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van magneetvelden.
Myoom
Een goedaardige spierknobbel die uit de wand van de baarmoeder groeit (vleesboom).
-N-
-O-
Oestrogeen
Vrouwelijke hormonen die door de eierstokken aangemaakt worden. Ze ontwikkelen de secundaire vrouwelijke geslachtskenmerken en hebben invloed op de menstruele cyclus.
Oligomenorroe
Menstruaties met grote, meestal onregelmatige tussenpozen
Ovaria
Eierstokken.
Ovariëctomie
Het operatief verwijderen van één of beide eierstokken.
Ovarium
Eierstok.
Ovariele endometriomen
Ovariële endometriosecyste, dat wil zeggen bekleed met endometriosecellen. Bij de laparoscopiescopie is deze zichtbaar in een "chocolade" kleur die vrij kenmerkend is voor endometriose.
Overgang
De periode rond de laatste menstruatie, gewoonlijk rond het 52e levensjaar.
-P-
Perte Uterine
Syn; metrorragie
Bloeding uit baarmoeder die niet optreedt tijdens de menstruatieperiode maar op andere onregelmatige tijdstippen
Poliep
Slijmvliesgezwelletje dat in de baarmoeder zit.
Polymenorroe
De menstruatie verschijnt telkens te vroeg en vindt dus vaker plaats.
Post-Menopauze
De periode na de laatste menstruatie.
Progestageen
Medicijnen met dezelfde eigenschappen als het lichaamseigen progesteron.
Progesteron
Hormoon dat door het gele lichaam wordt gevormd en het baarmoederslijmvlies geschikt maakt voor innesteling.
Pyosalpinx
Ophoping van etter in een eileider, complicatie bij een eileiderontsteking.
-Q-
-R-
R-AFS
Afkorting van ‘revised American Fertility Society’. De r-afs-schaal geeft aan in welke mate endometriose de vruchtbaarheid kan belemmeren. R-afs-1heeft vrijwel geen invloed op de vruchtbaarheid, terwijl r-afs-4 een behoorlijke invloed hierop heeft.
Reageerbuisbevruchting
Men neemt vaak toevlucht tot bevruchting in een reageerbuisje (IVF) om te proberen een zwangerschap te bewerkstelligen bij een vrouw getroffen door endometriose. Deze techniek heeft als doel om een bevruchting in een laboratorium te verkrijgen om een of meerdere embryo’ s terug te plaatsen in de baarmoeder van de vrouw. Een IVF traject omvat de volgende fases: het blokkeren vervolgens het stimuleren van de eierstokken met hormonale bewaking en echografie; punctie van de follikels onder narcose; bevruchten in het laboratorium van de ontvangen eicellen; terugplaatsing van de embryo’s in de baarmoeder.
Rectaal toucher
Onderzoek waarbij de arts met een vinger inwendig in de anus het laatste deel van de endeldarm (rectum) aftast. Hierbij wordt gevoeld naar bijvoorbeeld de aanwezigheid van endometriosehaarden. Ook rectaal onderzoek genoemd.
Rectum
Endeldarm.
Retrograde menstruatie
Dat deel van de menstruatie dat niet via de vagina wordt afgescheiden, maar dat terugvloeit via de eileiders in de buik.
Rollerbolmethode
Operatie waarbij het baarmoederslijmvlies met een verhit bolletje verschroeid wordt.
Ruimte van Douglas
Douglasholte (Cavum Douglasi)
De ruimte tussen uterus (baarmoeder) en rectum (endeldarm) in de buikholte. Bij het rechtop staan is dit het diepste deel van de buik. In dit deel van de buik kan baarmoederslijmvlies zich ophopen dat menstruatie na menstruatie afgestoten wordt, en hier kan zogenaamde ‘diepe endometriose’ ontstaan.
-S-
Salpingectomie
Het operatief verwijderen van één of beide eileiders.
Salpingitis
Ontsteking van een eileider.
Spotting
Licht bloedverlies buiten de menstruatieperiode om.
Stoma
Operatief aangebrachte opening tussen een lichaamsholte (meestal darm of urineleider) en de buitenwereld en van waaruit ontlasting of urine het lichaam kan verlaten omdat dit via de natuurlijke weg niet (meer) mogelijk is.
Stroma
Steunweefsel. Het stroma is een van de celtypen waaruit baarmoederslijmvlies is opgebouwd. Baarmoederslijmvlies bevat ook nog klierbuizen.
-T-
THL
Transvaginale Hydrolaparoscopie, onderzoek waarbij men mbv locale anesthesie het kleine bekken kan beoordelen en de doorgankelijkheid van de eileiders kan testen.
TNF-alpha
Eiwit dat een rol speelt bij ontstekingen. Het speelt mogelijk een rol bij het ontstaan van endometriose.
TNF-alpha remmers
Medicijnen die de activiteit van TNF-alpha remmen, en op die manier mogelijk endometriose kunnen tegengaan.
Trombose
Vorming van een stolsel in een bloedvat.
Tuba
Eileider.
Tubaplastiek
Operatie voor het herstellen van een afwijking aan de eileiders.
Tuba-testen
Onderzoek naar de doorgankelijkheid van eileiders.
-U-
Uitrijpingsfase
Fase van de menstruele cyclus waarin de eicel is gesprongen en het baarmoederslijmvlies uitrijpt om zich voor te bereiden op een innestelend embryo. Ook wel luteale fase of secretiefase genoemd.
Ureter
Urineleider die de urine van de nier naar de blaas afvoert.
Uterus
Baarmoeder.
Uterusextirpatie
Verwijdering van de baarmoeder.
-V-
Vaginaal toucher
Ook vaginaal onderzoek genoemd. Onderzoek waarbij met twee vingers in de vagina wordt gevoeld. Met de andere hand kan op de buik worden gevoeld. Dit onderzoek geeft informatie over onder meer de grootte en de consistentie van de baarmoeder en de eierstokken. Soms kan hiermee ook de aanwezigheid van endometriosehaarden worden vastgesteld.
Vaginaal
Via de schede.
Vaginale echo
Echo-onderzoek waarbij een dunne echokop een klein stukje in de schede wordt ingebracht. Op deze manier kunnen de baarmoeder en de eierstokken gedetailleerd in beeld worden gebracht.
Verklevingen
Ook vergroeiingen of adhesies genoemd. Dunne of dikke vliezen die aanwezig zijn tussen verschillende organen of tussen organen en de buikwand. Verklevingen kunnen ontstaan na een operatie of na een ontsteking, bijvoorbeeld als gevolg van endometriose of als gevolg van een infectie.
-W-
-X-
X colon
Röntgenonderzoek van de dikke darm (het colon) waarbij met behulp van contrastmiddel de dikke darm zichtbaar wordt gemaakt.